Versnippering/ontsnippering gebieden
Onder versnippering wordt de opsplitsing van gebieden in kleinere eenheden verstaan die worden gescheiden door barrières, bijvoorbeeld een weg. Hoe meer barrières in een leefgebied van een planten- of diersoort, hoe meer versnippering er optreedt. Het gevolg van versnippering kan zijn dat het aantal organismen in het totale gebied afneemt of dat een populatie of leefgemeenschap geheel verdwijnt. Er kunnen bijvoorbeeld door versnippering twee deelgebieden ontstaan, die op zichzelf te klein zijn om een levensvatbare gemeenschap te hebben. Als er bovendien ook geen mogelijkheden zijn voor deze diersoorten om de weg over te steken om zich elders opnieuw te vestigen, komt de instandhouding van levensvatbare populaties van soorten in het gedrang.
Wanneer leefgebieden van dieren die gescheiden zijn door wegen, weer met elkaar worden verbonden, spreekt men van ontsnippering. Ontsnippering is een belangrijk instrument om de achteruitgang van de Vlaamse biodiversiteit een halt toe te roepen.
Het meest zichtbare voorbeeld zijn ongetwijfeld de ecoducten. Nadat het eerste ecoduct werd afgewerkt in 2004, staat de teller in Vlaanderen momenteel op drie afgewerkte ecoducten. Een vierde en vijfde ecoduct zijn in ontwerp.
Behalve deze grote infrastructurele ingrepen om bestaande barrières op te heffen, zijn er ook veel kleinere ingrepen, zoals het plaatsen van ecokokers, amfibieëntunnels en droge oeververbindingen langs duikers.
Het agentschap Wegen en Verkeer voert zelf studies uit die leiden tot voorstellen, maar werkt evengoed mee aan externe projecten. De cel Natuur en Milieu geeft advies bij lopende infrastructuurwerken en toont uitvoerende medewerkers hoe ze op het terrein specifieke maatregelen kunnen treffen om de instandhouding van de biodiversiteit en goed functionerende ecosysteemdiensten te waarborgen.