count1.jpg

Verkeerstellingen

Door het verkeer te ‘tellen’ kunnen concrete gegevens verzameld worden over de evolutie van de verkeersdrukte in Vlaanderen. De cel Verkeersparameters van de afdeling Verkeerskunde staat in voor het organiseren, verwerken en afleveren van verkeerstellingen. Daartoe behoren onder andere de cordontellingen in de Kustregio (KITS-project), de fietsroutenetwerken en de opvulling van gewestwegen. Daarnaast ondersteunt deze cel de medewerkers die verkeerstellingen uitvoeren bij de territoriale afdelingen van het Agentschap Wegen en Verkeer.

De cel Verkeersparameters voert verschillende soorten tellingen uit:

  • Manuele tellingen (kruispunttellingen, HB-matrices, inzittenden, …)
  • Slangdetectie (types van voertuigen, snelheden, volgtijden, kruispunten, …)
  • Fietsdetectie (fietsroutenetwerken, evolutie fietsverkeer op gewestwegen, …)
  • Continue tellingen (statistische evoluties)

De meeste tellingen gebeuren met rubberslangen. Een telpost met slangdetectoren bestaat uit een verplaatsbaar telapparaat dat verbonden wordt met twee holle rubberslangen die over het wegdek gespannen worden. Wanneer een voertuig over de telslang rijdt, wordt de lucht in de telslang samengedrukt, waardoor er een drukgolf ontstaat. In het telapparaat is elke slang verbonden met een luchtdrukdetector. Detector 1 registreert de drukgolf die in de eerste telslang gegenereerd wordt, detector 2 de drukgolf in de tweede telslang.

Bij eenvoudige intensiteitmetingen is de volgorde van de drukgolfpulsen bepalend voor de richting waarin het voertuig rijdt. Bij snelheids-, categorie- en combinatiemetingen wordt in het telapparaat het tijdverschil gemeten tussen de drukgolf op detector 1 en deze op detector 2. Dit is de tijd die het voertuig nodig had om zich van de eerste naar de tweede telslang te verplaatsen. Gezien bij het programmeren van het telapparaat de onderlinge afstand tussen beide slangen werd ingebracht, beschikt het telapparaat nu over een (gemeten) tijdsfactor en een (vastgelegde) afstandsfactor. Daarmee kan eenvoudig de snelheid worden berekend.

Naast de snelheid en de afstand registreert het telapparaat de volgtijden tussen de opeenvolgende drukgolfpulsen in de eerste telslang. Eens het apparaat de snelheid van het voertuig heeft berekend kan deze gekoppeld worden aan de tussentijden van de drukgolven in de eerste slang en de afstand berekenen tussen de opeenvolgende assen van het voertuig. Op die manier wordt de asconfiguratie van het voertuig bepaald en kan het voertuig geklasseerd worden volgens voertuigtypes (personenwagen, bestelwagen, lichte of zware vrachtwagen,….).